Echt Geld

Echt Geld | Werkwijze | FAQ

direct online te gebruiken monetaire infrastructuur voor wereldwijd verbonden regionale economie

= Bruikbaar | = Toegankelijk | = Inwisselbaar | = Uitwisselbaar | = Onafhankelijk | = Transparant | = Schaalbaar

Economie

MKB | Schaalvoordeel | Vrije Markt

==============================================================

Echt Geld

= Bruikbaar

In Floatnet kunnen netwerkorganisaties overal ter wereld makkelijk en zelfstandig een eigen regionale munt opzetten die direct breed inzetbaar is in de lokale economie.  Ondernemers kunnen zich onderscheiden door de munt te accepteren, zonder investering, kosten, risico of binding.  Acceptatie trekt klanten die er de aardigheid van inzien om met iets anders te betalen dan met euro, of gewoon op een voordeeltje uit zijn: Wie zelf geen regiogeld ontvangt maar er wel mee kan betalen krijgt een structurele korting op alle uitgaven in regionale valuta. Voor een soepele overgang geldt de afspraak om regionaal geld in eerste instantie gelijk te waarderen als euro.  Inkomsten en uitgaven in regionaal geld worden ook gewoon als euro geboekt.  Het nieuwe geld geeft dus geen extra administratie.

= Toegankelijk

Iedereen kan meedoen.  Contant regiogeld geeft natuurlijk de meeste vrijheid, maar ook het online betaalsysteem is voor iedereen toegankelijk.  Eenmaal in Floatnet geregistreerd krijg je toegang tot de diensten en deelnemers in alle aangesloten geldnetwerken, kan je ook deelnemen in zo’n organisatie of een eigen munt oprichten.

Ook zonder verder gebruik te maken van de financiële diensten kunnen bedrijven gratis op de website van Floatnet aan het publiek kenbaar maken bepaalde valuta te accepteren, en daar speciale aanbiedingen op doen.

= Inwisselbaar

Regiogeld is inwisselbaar met euro.  De lokale netwerkorganisatie regelt de wisselkoers, meestal net iets onder de euro.  Door de lagere koers is het aantrekkelijk om regiogeld te kopen en blijft er voldoende vraag naar het geld dat ondernemers overhouden als ze niet alle omzet op een nuttige manier weer binnen het netwerk kunnen uitgeven.  Tegelijk stimuleert dit koersverschil ook de ondernemers om zoveel mogelijk met regiogeld te betalen, of ze dat nu zelf ontvangen of eerst moeten wisselen.

= Uitwisselbaar

Alle deelnemers in Floatnet kunnen met elkaar handelen, ook met deelnemers uit andere geldnetwerken.  In dat geval wordt het regiogeld automatisch in de transacties omgewisseld.  In tegenstelling tot het wisselen met euro is er bij het onderling wisselen tussen regionale valuta geen structureel koersbeleid om het gebruik van bepaalde valuta te promoten.  Maar als de handelsbalans tussen regio’s verstoord raakt vertaalt zich dat wel in koersverschillen.  In tegenstelling tot de speculatieve geldhandel werken de koersverschillen in Floatnet juist stabiliserend op de handelsbalans.  Afgezien van deze reële koersverschillen is het onderling wisselen helemaal gratis.

Interregionale handel wordt in Floatnet bovendien gestimuleerd door de prijzen in de bedrijfspresentaties en offertes automatisch om te rekenen naar de plaatselijke referentiemunt.  (euro, dollar, etc..)

= Onafhankelijk

Met Floatnet is het niet alleen opeens veel makkelijker geworden om nieuwe valuta op te richten, Floatnet is bovendien het eerste systeem voor alternatief geld dat een bloeiende economie de kans geeft om ook echt los te breken van de afhankelijkheid van euro.  Beginnende geldnetwerken kunnen zich optrekken aan het vertrouwen in euro.  Een geavanceerd koersstabilisatiemechanisme in Floatnet ondersteunt de afspraak om zo’n munt precies als een euro te waarderen, terwijl de munt vrij verhandelbaar is met een in principe variabele wisselkoers.

Doordat een valuta in Floatnet zijn tegenwaarde uiteindelijk ontleent aan de waardering in de markt –in de eerste plaats als ruilmiddel en pas in laatste instantie op de wisselbeurs, net als euro en dollar– hoeft de netwerkorganisatie die de munt uitgeeft niet garant te staan voor de wisselwaarde.  Dat doet de ECB immers ook niet, en geen enkele geldvoorziening van belang.  Maar vreemd genoeg doen alle andere regiogeldsystemen dat wel, en dat houdt die regio’s afhankelijk van bankschuld.  Dat is er de oorzaak van dat regionale valuta tot nu toe zo weinig te betekenen hebben.

Met Floatnet kunnen geldnetwerken zelf krediet geven en daarmee zorg dragen voor de benodigde liquiditeit in de markt.  Zolang de netwerkorganisatie loyaal is aan de regio –i.p.v. aan aandeelhouders– kan er dankzij de eigen kredietfaciliteit altijd genoeg geld door de regio stromen en is een financiële crisis uitgesloten.  Maar als de financiële belangen te groot worden komt die loyaliteit in het geding.  Daarom is –monetair gezien– regionale autonomie veruit te verkiezen boven mondiale, en zelfs boven nationale aansturing van de geldcreatie.  Vooral ook omdat monetaire diversiteit niets te maken heeft met wel of geen economische samenwerking tussen monetaire gebieden.  Zolang daar geen bank tussen zit met wisselmarges is het wisselen van geld immers geen obstakel voor de handel.

= Transparant

In Floatnet zijn alle gegevens over beslissingen waarin de gemeenschap een belang heeft direct en blijvend online te vinden.  Dat zijn alle beleidsmatige ontwikkelingen van de netwerkorganisaties zelf, alle monetaire beslissingen, waaronder het integrale kredietbeleid en ook individuele kredietbeslissingen zoals toewijzing, afschrijving en vordering.  De betreffende dossiers zijn gelijst en integraal opvraagbaar, waarbij de betreffende medewerkers de mogelijkheid hebben om persoonlijke notities te maken die alleen zijzelf kunnen lezen.

Wat ook interessant is, voor mensen die de keus krijgen tussen verschillende valuta, is de prijs prestatie verhouding van de organisatie die de munt uitgeeft.  Floatnet geeft dit weer in een enkel cijfer waarmee de netwerken makkelijk te vergelijken zijn.

= Schaalbaar

Dankzij het koersstabilisatiesysteem en de gedeelde gebruikerspoel kunnen geldnetwerken al op heel kleine schaal renderen en ook doorgroeien tot belangrijke financiële bedrijven.  Wat de optimale omvang van een geldnetwerk is valt onmogelijk van te voren vast te stellen.  Wel kunnen we erop vertrouwen dat dankzij de rapportage van de prijsprestatie verhouding van de netwerken de best georganiseerde netwerken ook de beste kansen krijgen, hoe groot die ook zullen blijken te zijn.

Rentevrij geld gaat over schaalbaarheid van de totale geldstroom in de echte economie.  Nu wordt de economie door de geldvoorziening gedwongen te groeien, op straffe van onmiddellijk faillissement als de groei even stagneert.  De noodzaak om de geldstroom voortdurend te laten groeien betekent dat er in de macro economie geen plek is voor ontwikkelingen die duurzaam besparen.
Met rentevrij geld en integer kredietbeleid hoeft de geldstroom niet voortdurend te groeien en kunnen we toewerken naar een samenleving die minder afhankelijk is van geld.  Dat is een keiharde voorwaarde om op macro economisch niveau tot kwaliteitsontwikkeling te komen.  Alleen met kwaliteitsontwikkeling is serieuze besparing mogelijk, zonder dat er aan die nieuwe techniek minstens zoveel moet worden verdiend als aan het probleem dat daarmee wordt opgelost.

Om te komen tot een economie waarin geld dienend is –in plaats van andersom– moeten rentevrije geldnetwerken snel van de grond kunnen komen en ook snel kunnen doorgroeien.  Pas als ergens een substantieel deel van de economie door rentevrij geld wordt gefinancierd kan daar die terugtrekkende beweging van de geldvoorziening van de grond komen, omdat dan pas de klappen van de vorderingen van banken kunnen worden opgevangen met de voorzieningen die duurzaam zijn gefinancierd.

Economie

MKB

Het midden en klein bedrijf is de motor van de economie, verantwoordelijk voor de meeste banen en koopkracht.  Floatnet richt zich niet zozeer op kleinschaligheid maar op beperking van de schaalvergroting.  MKB is een term die staat voor bedrijven met minder 250 man en minder dan 50 miljoen omzet.  Daar zitten dus flinke bedrijven bij.  De problemen voor de regionale economie zitten niet zozeer in de grootte van die bedrijven, de problemen ontstaan zodra bedrijven hun activiteiten in dienst stellen van aandeelhouders.
Banken financieren de groei van bedrijven, met een beursgang als vanzelfsprekend doel.  Bedrijven die niet meer groeien krijgen geen nieuw geld maar moeten wel hun oude leningen afbetalen.  Dat leidt al snel tot liquiditeitsproblemen.

Floatnet richt zich op de groei van het MKB, in de volle breedte.  Dus ook op de groei van middelgrote bedrijven, met als doel om middelgrote bedrijven van de beurs weg te houden zodat de geldstromen in de echte economie blijven.  Met meer MKB bedrijven, en ook meer omzet per bedrijf, komt meer werkgelegenheid –en dus ook meer kopkracht– in de regio.

In de startfase van een geldnetwerk helpt een locale munt vooral voor extra klandizie in de wat kleinere winkels.  Zodra de bedrijven deze kasstromen doorpakken in hun onderlinge betaalverkeer –of onafhankelijk van de winkelomzetten regionaal geld gebruiken voor zakelijke betalingen– ontstaat er automatisch kredietruimte waarmee het hele bedieningsgebied van de munt kan profiteren van extra liquiditeit.

Schaalvoordeel

Groter is beter, en goedkoper.  Toch zit er een duidelijke grens aan de voordelen van grootschalig inkopen en uitsmeren van ontwikkelkosten.  Naarmate een bedrijf groeit, meestal door fusies, neemt de complexiteit van de organisatie ook toe en komen er extra zeer kostbare bestuurslagen bij.  Deze extra kosten worden natuurlijk in de prijzen doorberekend en je zou verwachten dat de wet van vraag en aanbod de bedrijven tot een optimale schaalgrote zou dirigeren.  Maar dat is niet wat er gebeurd, bedrijven blijven fuseren.  De grootste bedrijven worden steeds groter en veroveren steeds meer marktaandeel ten opzichte van het MKB.
Daar zijn twee verklaringen voor die alles te maken hebben met geld:

  1. investeringsdruk van aandeelhouders
  2. besparing op kapitaalkosten bij het incorporeren van bedrijfsketens

Fusies zijn vrijwel zonder uitzondering kapitaalvernietiging.  De totale balanswaarde van gefuseerde bedrijven is na de fusie meestal een stuk lager dan daarvoor.  Dat het toch mogelijk blijkt om die bedrijven desondanks overeind te houden heeft meer te maken met het tweede, veel minder bekende fenomeen:

Besparing op kapitaalkosten: het belangrijkste concurrentievoordeel van multinationals

De grote truc van multinationals is dat zij hun eigen geld maken, zonder dat iemand dat ziet.  Bedrijven die eerst klant bij elkaar waren in een bedrijfsketen en elkaar steeds geld moesten betalen, doen nadat zij zijn opgenomen in een multinational, op vrijwel de zelfde manier zaken met elkaar als daarvoor, met dat verschil dat de transacties worden betaald met fictief geld dat ontstaat in de boekhouding van de holding.  Dat geld hoeft dus niet langer van banken te worden geleend en dat levert een drastische besparing op de kapitaalkosten.  Het geld dat aan de kassa van AH binnen komt gaat rechtstreeks naar de garage die de trekker van de boer repareert.  Alle tussenstappen financiert AH in zijn eigen boekhouding.

Hoe hoger de rente voor bedrijfsleningen, hoe groter het concurrentievoordeel van multinationals.  Zij moeten natuurlijk ook veel rente betalen voor het geld dat zij evengoed nog nodig hebben.  Het MKB heeft in vergelijkbare ketens zeker vier keer zoveel geld nodig voor de zelfde productie.  En omdat het MKB praktisch gezien veel efficiënter werkt, moeten de kosten voor werkkapitaal flink hoog zijn om het praktische efficiëntie-voordeel teniet te doen en de weg vrij te houden voor eindeloze schaalvergroting.

Vrije Markt

De wet van vraag en aanbod is de verborgen hand van de markt die ervoor zorgt dat de beste kwaliteit tegen de laagste prijs wordt geleverd.  Deze theorie is zo kinderlijk eenvoudig te begrijpen dat doorvragen overbodig lijkt.  Marktwerking is op zich een positief mechanisme, met twee kanttekeningen:
?

  1. overdreven concurrentiedruk ondermijnt de bereidheid tot samenwerking
  2. de wet van vraag en aanbod gaat alleen op in een vraaggestuurde economie

Kwaliteit daalt en prijzen stijgen.  Uitputtende voorraden en immer groeiende armoede laten zien dat de onzichtbare hand van de markt heel anders werkt: Volgens de schoolboeken zou de economie een mechanisme zijn om van nature schaarse productiemiddelen optimaal te verdelen en is geld het neutrale instrument om die verdeling te regelen.  In de praktijk werkt dit helaas omgekeerd: Materiaal om van en mee te leven is er in overvloed, alleen het geld om die materialen om te zetten in nuttige producten is schaars.

Floatnet beoogt deze kolossale misleiding te herstellen.  Ook al was de kapitalistische ideologie misschien niet geheel oprecht verspreid, de positieve logica daarin spreekt zo tot de verbeelding dat het misschien een reële optie zou kunnen zijn om eens te proberen of een vrije markt zou kunnen werken.  De hele maatschappij is er immers mee opgevoed en koestert ook nog steeds positieve verachtingen van het vrijemarktmodel.

==============================================================

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.